Hemelse Pizza

7 man
€ 150

Zelden smaakte een pizza me zo goed als gisteravond laat op de kade bij de verbindingsdam van het Java-eiland in Amsterdam, rozig en voldaan van herfstzon en gedane arbeid. ‘Het fijnste vind ik toch wel dat ik niet heb opgegeven’ zegt Daan terwijl hij blij een stuk pizza afhapt. Ik ga even terug naar zaterdagochtend.

Vol goede moed laden we de auto in. Twee slaapzakken, ander logeergerei, wat warme kleren en een aanzienlijke hoeveelheid gereedschap voor je-weet-het-maar-nooit-op-een-boot. We rijden naar Aalsmeer om een mast te gaan bekijken die we opgespoord hebben via marktplaats. Het hele project van een oude boot opknappen en ermee leren zeilen is immers nog maar voor de helft gelukt vanwege de domper van de opgegeven mast. Als deze mast geschikt blijkt, is het volgende plan naar Amsterdam te rijden en daar de boot naar Aalsmeer te koersen. Oranjesluizen, het IJ over, de Houthavens in, Kostverlorenvaart af, Nieuwe Meer over, langs Badhoevedorp en Schiphol en dan de haven in bij Aalsmeer. Hoelang zoiets duurt vinden we lastig te schatten, dus we houden de optie open de terugtocht morgen te maken. Aangekomen in de haven bekijken we het 8,20 meter lange gevaarte van top tot voet. Hij is afkomstig van een andere soort boot: een Wibo 740. De bestaging zullen we daarom waarschijnlijk van onze oude mast afhalen en overzetten. Dit ding is dus vooral interessant voor zijn lange houten delen en zijn mastlichten. Op een kleine donkere plek in de voet na ziet alles er goed uit en onderweg in de auto naar Amsterdam besluiten we dat dit ‘m wordt.

Aangekomen bij de boot bellen we de beste man op om nog even te onderhandelen en – hopla – het lijkt erop dat we een mast hebben. Terwijl ik opgetogen de trossen begin los te maken, trekt Daan aan het startkoord van de motor. Maar het vervolggeluid van een op gang komende motor blijft uit. Ik kijk verschrikt achterom en zie hoe Daan andermaal met een veel te lang startkoord in zijn handen zit. Wat ons de vorige keer midden op het buiten-IJ gebeurde, is weer een feit. Direct in de oplossingsmodus grijpt Daan naar zijn sleutels en tangetjes. De startunit moet eraf en samen analyseren we systeem. Er zijn twee veertjes losgesprongen. Na wat gefriemel en gehannes hebben ‘m zover dat het koord weer terugschiet. Maar er zit nog nul weerstand op. Hij lijkt niks aan te grijpen. Volgens google hebben veel mensen dit probleem met hun buitenboordmotor, maar een goede oplossing wordt nergens gegeven. Het ding moet nog verder uit elkaar, maar daarvoor missen we een pijpsleutel. Op naar de Praxis. Afijn, eenmaal terug bij de boot maak ik lunch en kijk hoe Daan door sleutelt. ‘Het lijkt me gaaf om te klussen aan de motor’ was een van de dingen die hij zei toen we een jaar geleden de bootdeal sloten in Monickendam. Nou, hier heb je het. Succes.

 

web_daan-sleutelt

Na drie crackers en wat fruitrepen klinkt ineens het verlossende geluid, het gebrom van de motor. Het is inmiddels half zes, de mastman is al ingelicht en het is tijd om een nieuw plan voor de dag te smeden. We gaan in ieder geval alvast door de sluizen en meren ergens bij de houthavens aan, om alvast een stuk op te schieten. We duwen af en varen naar de kleine sluis om Steigereiland uit te komen. Ik bel de sluiswachter. De telefoon wordt na lang rinkelen opgenomen door een hilarisch relaxte Surinamer in een verwarrend wisselgesprek met iemand aan de andere kant van de sluis waarbij hij op de verkeerde knoppen drukt en vergeet tegen wie van ons hij praat. Hij gaat het regelen. Na tien minuten mogen we naar binnen. Lijntjes om de bolders en wachten maar. Nog een beetje wachten. En nog wat. Zou ie ons vergeten zijn? Maar dan horen we het geluid van openschuivende sluisdeuren. Ik staar voor me uit, maar het geluid lijkt niet te worden begeleid door de gebruikelijke visuals van voorzichtig naar binnenkolkend water. Ik kijk achterom en zie dan langzaam IJburg weer opdoemen. Verkeerde deur. Daan belt opnieuw. ‘Oh sorry meneer, dat was een vergissing, ik ga het regelen, hoor.’ En jawel, een paar minuten later gooien we dan toch heus de motor open richting de grote Oranjesluizen.

Het is zes uur als we er aankomen en na ons gemeld te hebben gaat het stoplicht al snel op groen. Op hoop van zegen trekt Daan aan het koord, maar waar we bang voor waren gebeurt opnieuw. Routinematig haalt hij de kap eraf en demonteert het startelement. Het moet verder uit elkaar gehaald deze keer. De schroevendraaier schiet een paar keer door en maakt braampjes in het midden van het metaal. Een grotere kruiskop hebben we nodig. Ik ga op pad. Eerst naar de sluiswachtershut, daar is geen gereedschapskist – vreemd -, maar dan ontmoet ik José. José is op bezoek in de sluiswachtershut omdat ze altijd bij de bootjes gaat kijken als ze haar hoofd even leeg wil maken. Deze keer vroeg de sluiswachter haar binnen voor een kijkje in de indrukwekkende ronde kamer vol schermen en knopjes. José woont vlakbij en ik mag mee op schroevendraaierjacht. We lopen een erg charmant dorpje in dat Schellingwouderdorp blijkt te heten. José’s man Geoffrey vliegt direct voor me de schuur in en komt terug met drie formaten draaiers. Ook willen ze allebei meelopen om te helpen. Na een kleine rondleiding langs de buurman zijn moestuin met knoeperds van courgettes stappen we even later de steiger weer op. Voor ons bootje is een groter exemplaar komen te liggen. Er klinkt Brits overleg vanaf het dek. Twee van de bemanningsleden staan op de steiger, een ander groepje zit aan boord. Daan zit erbij. Met z’n allen zitten ze over ons motorvraagstuk gebogen. Er is zo te zien flink wat uit de kast getrokken aan gereedschap, ik zie opgestroopte mouwen en vingers met smeerolie.

 

web_hulp-britten

Iedereen denkt mee terwijl de zon langzaam het buiten-IJ inzakt. De schemer zet door en na zo’n anderhalf uur, vlak na het mislukken van idee zoveel, moeten we het tijdelijk opgeven. Ze bieden ons een sleep aan tot de Sixhaven in Noord. Van José en Geoffrey, die al die tijd zijn blijven kijken en foto’s hebben gemaakt van het verhaal dat zomaar ineens op hun pad was gekomen, krijgen we nog twee bananen, een zak chips en pindarotsjes mee. We moeten immers ‘wel wat eten’. Gaaf.

 

web_hulp-britten-3

web_hulp-britten-2

Even later deinen we rustig over het IJ. Ik sta aan het roer om langs de sleepboot te kunnen sturen als de Britten plots remmen. Daan googlet er ondertussen op los naar nieuwe startunits.

 

web_sleep-britten

Aangekomen bij de Sixhaven meren we aan langs de eerste vrije steiger die we te pakken kunnen krijgen zodra we losgegooid zijn. Er staat een bord op met ‘Verboden aan te meren’. Relaxed. Het is inmiddels negen uur en omdat we hier niet kunnen blijven moeten een nieuw plan smeden. Daan zegt tijdens de sleep ook gegoogled te hebben naar een noodstartprocedure. Als dat werkt kunnen we misschien alsnog naar de Houthavens. Hoewel we geen idee hebben hoe het er daar uitziet en of we daar mogen aanmeren. Het zou zomaar een hoge kade met enorme schepen kunnen zijn waar de flinke golfslag van hij IJ ons bootje ’s nachts tegen de kade aan zal beuken. Ik ben er vaak langsgefietst, maar heb nooit gelet op de aanmeervriendelijkheid. Misschien toch terug naar het Java-eiland, die grachtjes kennen we. Als de Britten de hort op zijn, beginnen we het noodstartplan. Starter eraf, touwtje om het vliegwiel en trekken. Het touwtje breekt af. En nog eens. En nog eens. Al gauw ligt er een hele berg te korte touwjes om ons heen. Ander touw. Daan begint opnieuw. Hij draait en trekt en dan ineens klinkt het geluid waar we al uren op wachtten. We gooien de trossen los en tuffen rustig de haven uit, het IJ weer op.

 

web_licht

Terwijl Daan onze lamp zekert met een extra lijn, stuur ik ons richting Jan Schaeferbrug. We proberen het eerste grachtje van het Java-eiland. Vol. Achteruit terug, want voor keren is het er te smal. Het tweede grachtje. We zien een plekje, maar het blijkt een halve meter te krap. Een ander bootje opschuiven? We beginnen aan de puzzle van lijnen totdat ik ontdek dat het grachtenschuitje vastligt met een fietsslot. Ik check een volgend: idem. Overal fietssloten waarvan ik de waarde hoger inschat dan van de bootjes die ermee vastliggen. Weer achteruit maar. Met al mijn kracht sleep ik lopend over de kade onze boot achteruit door het grachtje terwijl Daan afduwt. De motor is inmiddels uitgevallen en willen ‘m we pas weer starten als we wat verder van de huizen af zijn. Aan het eind van de gracht stap ik weer op en houd ons stabiel langs de kade. De motor ronkt dit keer vrij snel. We duwen af naar gracht drie. Motor uit. Te ver van de kade. Dobberend opnieuw proberen. Daar gaat ie weer, maar gracht drie is vol, dat zien we direct. Gracht vier. Nu besluit Daan er eerst even langs te rennen voor inspectie. Met twee heen en weer draaiende handen en een twijfelend gezicht komt hij terug. ‘Het past net wél, OF net níet.’ Proberen maar. En het past. Net wel. Lijnen vast, motor uit, motor naar binnen, kajuit op slot en dekzeil erop. Het ligt. We klimmen opgelucht de kade op. Het begon een nare droom te worden verantwoordelijk te zijn voor een drijvend apparaat van zeven meter lang dat je nergens kwijt kunt terwijl je het liefst naar je bed wil. Het is inmiddels elf uur en we zitten er goed doorheen. Het enige dat ik nu nog wil is slapen. En misschien nog even avondeten.

 

web_daan-drinkt-ellende-weg

Met de grote logeertas op wieltjes achter ons aan lopen we naar de tram. Wat een heerlijk normaal vervoermiddel. Je kunt erin met louter een pasje en je komt precies uit waar je moet zijn. Ideaal. Als we even later op IJburg in de auto stappen, rijden we rechtstreeks naar de tent waar ik sinds mijn vaste Leidseplein-uitgaansavonden een jaar of zeven terug niet meer geweest ben: de Burger King. En man, wat smaakte het goed.

Hoewel ik er best tegenop zie, gaan we de volgende dag terug naar de boot. Dit keer zonder logeertas, maar met verse jus, fruit, crackers, repen, bugles en roomkaas. Omdat de motor weer is afgekoeld duurt het zo’n drie kwartier voor Daan ‘m aan de praat heeft. Het is inmiddels een uur of één als hij bezweet en met geschaafde vingers neer kan ploffen en ik ons het IJ weer op stuur. Hoewel het vandaag officieel de eerste herfstdag is, schijnt de zon fel en is de wind zacht. Bij Eye is een buitenconcert, het water draagt ver. We buigen af naar de Houthavens en ik concludeer dat het goed is dat we hier gisteravond niet heen zijn gegaan. Vooral grote schepen en inderdaad veel golfslag. We tuffen door de stad. Amsterdam is anders vanaf het water. Rustiger en iedere boot begroet je vriendelijk alsof je bij de familie hoort.

 

web_varen

In de sluizen naar het Nieuwe Meer laten we de motor tegen ons principe in stationair draaien. Geen risico lopen nu. De rest van de tocht gaat prima en ik begin er weer plezier in te krijgen. Als we even voorbij Badhoevedorp onder de snelweg doorvaren, ligt er aan de andere kant van de brug een groot zeilschip te wachten. ‘Maria’ lees ik op de boeg. Die naam ken ik. Zouden er meer schepen zijn die zo heten? En dan ineens hoor ik mijn naam. Ik kijk op en daar loopt Folkert door het gangboord, een jeugdvriend die opgegroeid is op boten en bij wie we tijdens de middelbare schooltijd vaak in de tuin en in zijn eigen schuur hingen en in het IJ zwommen. ‘Mooi bootje!’ roept hij. Ik zwaai uit alle macht, blijverrast en enthousiast over dit bizarre toeval.

 

web_ik-wikkel

web_daan-en-richard-dragen

Aangekomen in Aalsmeer wikkelen we de mast in met touw en binden ‘m op de kajuit. Net als we even ultiem zitten te genieten van onze bugles met roomkaas, horen we getoeter achter ons. We liggen langs zij, maar blijkbaar half in de vaste aanmeerbox van het enorme patserjacht dat net toevallig nu terugkomt van een tochtje en ons van een afstandje verongelijkt ligt aan te staren. We proberen de motor, maar die laat zich wederom niet opjagen. Dan maar even een stuk naar achter slepen. Ik begin over de kade te lopen en hun ligplaats komt vrij, maar het stel aan boord is niet blij, noch begripvol voor ons motorprobleem. Er is niet genoeg ruimte voor ze om de draai te maken en ze ‘kunnen niet zo lang stil blijven liggen’. Gauw sleep ik onze boot in een andere box en laat het stel chagrijnen passeren. Na mijn korte uitleg over onze motor, reageert de man: ‘Ik begrijp überhaupt niet waarom jullie zomaar voor de ingang van iemand anders’ plek zijn gaan liggen’. Ik begin nog over de mast en iets met ‘zo weer weg zijn’, maar weet dan dat dit zo’n situatie is waarin een discussie geen voldoening gaat geven. Ik bijt mijn tong af. Bovendien, ook al zou ik nog iets willen zeggen, de blije decibellen die de motor inmiddels produceert vliegen ons alweer om de oren. Met een obligaat groetgebaar, maar zonder de bijbehorende sympatieke blik stuur ik ons de haven weer uit en zet koers naar Amsterdam.

 

web_mast-op-beaut

We varen langs Schiphol en Badhoevedorp, over het Nieuwe Meer en de Kostverlorenkade af waar we even voor het Haarlemmerplein mijn vader waarschuwen dat we langs gaan varen, hetgeen een fijn zwaaimoment tot gevolg heeft.

 

web_papa-brug

web_papa-zwaait

De zon zakt als we uiteindelijk weer bijna terug zijn. Ombeurten vullen we roomkaas-bugles en stuiteren we over de golven. Na terugkomst bestellen we in de tram twee pizza’s die we een kwartier later onderweg naar de auto afhalen. We ploffen neer aan de kade bij de verbindingsdam van het Java-eiland en rozig en blij bijt ik in de eerste van acht punten Pepperoni Perfection. Niks meer aan doen. De mast wordt het opknapprojectje voor komende winter en wie weet hijsen we dan volgend jaar zomer de zeilen.

 

web_over-het-ij